Het verschil tussen vangen en niet vangen

door Johnny Schots

Waarom vangt de ene visser regelmatig zijn snoekje en moet een andere visser op dat zelfde water alle moeite doen om ook een visje te vangen? Is die ene visser onder een goed gesternte geboren en lacht het geluk hem toe, of is er meer? Aan de hand van mijn eigen ervaringen zal ik trachten uit te leggen waar het verschil hem zit.

Zoals velen onder ons werd ik reeds op jeugdige leeftijd (ik was 5 à 6 jaar oud) aangetrokken door die geheimzinnige wereld onder water. De visjes, de dikkopjes,de salamanders kortom alles wat daar onder die waterspiegel leefde fascineerde mij en ik wou weten hoe ik die beestjes kon vangen. Die drang om te weten hoe ik beter en meer kon vangen is er nu nog steeds. Hij zet er mij toe aan om steeds meer te willen weten over het leven en de gedragingen van de vissen die ik belaag en om telkens weer nieuwe vistechnieken te ontdekken en aan te leren.

Vijfentwintig tot dertig jaar geleden stond kunstaas in onze lage landen nog in zijn kinderschoenen en dat is tevens de periode dat ik het snoek-virus te pakken kreeg. Ik verslond alle boeken die ik kon vinden en alle artikels in de hengelsportbladen die hierover handelden. Vele van deze artikelen gingen over het vissen in Amerika met kunstaas dat hier niet te koop was en dat ik trachtte na te maken. Ik smolt zelf lood om jigkoppen te maken, die ik dan voorzag van geitenhaar of donsveertjes en leerde ik mijn eigen Drakovitsch takels te fabriceren. Daarmee begon ik dan te experimenteren op de waters die ik kende. Mijn vrienden visten op de klassieke mannier met een levend of dood aasvisje en lachten dikwijls om de gekke bewegingen, die ik met mijn hengel stond te maken. Echter op het eind van de dag vroegen ze zich verwonderd af hoe het toch mogelijk was, dat ik vis wist te vangen met die spullen en zelfs meer dan zij.

Buiten de klassieke spinners en lepels kwamen er langzaam aan andere kunstaas soorten in de hengelsportwinkels te liggen. Twisters, pluggen en andere soorten aas werden te koop aangeboden en gingen gretig over de toonbank. Te gretig, want vele van deze pluggen waren niet geschikt voor het water dat ik beviste en werden al snel op de bodem geparkeerd. Om de woorden van één van mijn vrienden te gebruiken " dat heet rapala, maar dat is rap dada". Tijd dus om te leren hoe te vissen met deze nieuwe vangers en tevens op welke waters ze te gebruiken. Vandaag de dag zijn er honderden soorten kunstaas te koop en kunnen de meeste winkeliers je zeggen hoe diep ze duiken, voor welke roofvis ze het best geschikt zijn enz. enz. Toch geef ik de raad om elk nieuw (onbekend) aas eerst even uit te testen, liefst in helder water.Op deze manier kan men zien hoe dit nieuw speelgoed zich beweegt in het water en op welke manier er mee te vissen, om een aanbeet uit te lokken. Waar het dus op aan komt om ook regelmatig zijn visjes te landen is. Tracht meer te weten te komen over de gedragingen en gewoontes van de roofvissen die je wilt vangen. Test nieuw kunstaas eerst uit zodat je eens op het water weet hoe het te gebruiken en vooral dat je weet wat je aan het doen bent. Probeer zelf nieuwe dingen uit te vinden en nieuwe vistechnieken toe te passen, op deze mannier ben je steeds een stapje vooruit op de anderen.

Je aansluiten bij een visvereniging kan ook een grote stap vooruit beteken. Je kunt van de andere leden leren hoe zij het doen. Je kunt door hen nieuwe technieken ontdekken, maar vooral, je kunt leren samen met vrienden van je hobby te genieten en vis te vangen.

Vang ze!


<- terug naar Lectuur