Roofvissen: hoe begin je er aan?

door Hans Wynant

Een autobestuurder met enkele jaren rijervaring schakelt zonder enig nadenken zijn versnelling van eerste naar tweede. Alles verloopt in één vlotte beweging. Voor de bestuurder deze handelingen heeft eigen gemaakt, zijn er vaak meerdere uren gespendeerd aan het oefenen. En dit is een lijn die je gerust kan doortrekken in het vissen. Wie heeft het niet ervaren als jonge snotneus, dat je een visser zit aan te kijken en dat die visser de ene vis na de andere weet te vangen. De volgende dag trek je naar dezelfde plek, in de hoop dezelfde aantallen te vangen. Blijkt na een tijdje dat het toch allemaal niet zo eenvoudig gaat.

Kennis is hier vaak het sleutelwoord. Kennis word je bij het autorijden overgebracht door de rij instructeur, bij het vissen is dit vaak een familielid, een goede kennis. Maar wat als zo iemand niet voorhanden is of je vader is een goede matchvisser, maar jij wil zo graag je eerste snoek vangen. Zonder de instructeur van het roofvissen te willen spelen of enige toenadering te willen maken naar het begrip roofvisspecialist, kan je in de komende nummers van het Hengelblad een tips terugvinden rond de basisprincipes van het snoekvissen. De gevorderde roofvisspecialist zal er op het eerste zicht weinig baat aan hebben.

Toch heeft hij er rechtstreeks profijt bij dat de beginnende roofvissers, iemand is die snoekt met kennis van zaken. Ik denk hierbij ondermeer aan het vermijden van lijnbreuk door het vissen zonder kabeltje of te lichte lijn. Het goed onthaken en vooral het terugzetten van de gevangen snoek!


Paaiperiode

De komende maanden is het snoekvissen echter op de openbare waters niet aan de orde wegens het visverbod op snoek tot 1 juni. Al laat de nieuwe visserijwetgeving toe dat je op waters waar de snoekbaarsvisserij toegelaten is mag vissen met kunstaas. Natuurlijk weet de snoek niet dat hij van dat kunstaas moet afblijven en kan natuurlijk een snoek vangen. Het aanbod van deze waters is echter zeer beperkt. Daarom dat heel wat snoekvissers in deze periode uitwijken naar privé waters of zelfs het buitenland.

Catch and Release

Een Engelse term die we spijtig genoeg te danken hebben aan enorme snoekslachtingen in Ierland eind jaren '80 en jaren 90. Massa's snoek werden de kop ingeslagen omdat de snoek tot de dader was gedoemd de andere vissen op te vreten. Een snoek eet wel vis, maar niet meer dan hij nodig heeft. Bij een eventuele te grote populatie van snoek zal de snoek zelf het heft in handen nemen om de balans opnieuw in evenwicht te brengen.

Zeker tot einde 2006 is het verplicht snoek terug te zetten in openbaar viswater.



In Vlaanderen is het verdwijnen van de snoek vooral te wijten aan de vervuilde openbare waterlopen en gevolg van het jaren meenemen van de gevangen snoek. Vele snoekvissers willen echter die magische metersnoek vangen, maar vele vergeten dat deze vis ooit eentje was van amper 30, 40, 50, 60, 70, 80, 90 centimeter, om tot slot de metergrens te overschrijden. Nu is er tot 2006 een meeneemverbod op snoek ingesteld en het VRF zet alles in het werk om dit meeneemverbod te verlengen, liefst voor altijd. Nu moeten we natuurlijk wel die snoek vangen willen we hem terugzetten.


Vistechnieken

Het snoekvissen kan je grofweg terugbrengen tot twee basisdisciplines, het vissen met een aasvis en het vissen met kunstaas. Binnen deze twee disciplines heb je nog tal van technieken. In een voorgaand nummer kon je al wat meer informatie terugvinden rond het vissen met de levende of dode aasvis. Deze vistechniek levert zeker snoek op, maar is statischer en heeft tegenover het kunstaasvissen minder uitwijkmogelijkheden op dagen dat de beet er niet in zit . Er wordt verder dus hoofdzakelijk aandacht geschonken aan het vissen met kunstaas.


Basis materiaal

Het materiaal hier verder beschreven is hoofdzakelijk geldend voor het vissen op snoek vanaf de kant. Haast iedere roofvissers start met het snoekvissen langs de oever. Bovendien kent Vlaanderen ook weinig goede waters waar je met de boot op mag. Het kantvissen vormt voor het kunstaasvissen geen enkele belemmering, wel zal dit de keuze van je materiaal mee bepalen.


De hengel

Hier heb je twee mogelijkheden, een spinhengel of een baitcaster. Bij een spinghengel plaats je de molen naar beneden hangend. Een baitcaster herken je aan de trekker die aan het handvat is bevestigd. Hier vis je met de reel naar boven gericht.

Spinhengel met molen





Baitcaster met reel





Beide hengels hebben hun voor en nadelen. Algemeen kan je stellen dat lichter kunstaas moeilijk te werpen valt met een baitcaster. Daarentegen kan je met een zelfde baitcaster meerdere gewichten van kunstaas wegzetten.

Bij de keuze van je hengel moet deze in eerste instantie goed in je hand liggen en mag deze zeker niet te zwaar zijn. Je moet er namelijk een hele dag mee werpen, dus alvast geen te zware hengel in gewicht. De lengte van de hengel is afhankelijk van het water en de vistechniek die je wenst toe te passen. Vis je op een water waar verre worpen nodig zijn kiezen we voor een hengel met een lengte tot 2.70 meter. Dit is een  lengte die ook uiterst geschikt is voor het afvissen van de bodem met shads. Door de lengte van de hengel kan je het kunstaas namelijk perfect sturen. Voor het vissen met pluggen, spinners en lepels  voldoet een hengel van +/- 2.40 meter. Deze lengte is ideaal om poldersloten, parkvijvers, kanalen, . af te werpen. Hier mag je gemakkelijk gaan tot een werpvermogen van 15 tot 25 gram.

Let op het werpgewicht van de hengel. Waar je vooral moet voor uitkijken is de soepelheid/stugheid van de hengel. Deze mag zeker niet te soepel zijn, want bij een aanbeet moet je deze onmiddellijk waarnemen. Wanneer de hengel te soepel is, zal je de aanbeet minder snel registreren, omdat de hengel al een zekere doorbuiging kent van de weerstand van het kunstaas. De kracht waarmee je aanslaat om de haak in de harde snoekenbek te plaatsen wordt dan ook nog eens opgevangen door de meebuiging van de hengel. Bij een iets stuggere hengel kan je de haak gewoon veel beter zetten.


Molen

Dit moet in hoofdzaak een degelijke werpmolen of in het geval van een baitcaster reel zijn. Kwaliteit heeft zijn meerprijs, maar op een dagje roofvissen zijn 500 worpen niet onvoorstelbaar. Verder mag deze net als je hengel niet te zwaar zijn, want je moet hem een hele dag in je handen hebben.

Wanneer je na dit artikel besloten hebt om alvast een hengel en een nieuwe molen aan te schaffen, ga dan naar de winkel met iemand die kennis heeft van zaken of vraag het aan de winkelier.


Lijn

Bij de sterkte van de lijn wil ik wat langer stil staan. Tot over enkele jaren bestond er enkel nylon. Hier kon ook best snoek mee gevangen worden, maar tegenover de moderne lijn dyneema heeft nylon toch heel wat minpunten. Ten eerste heb je met nylon heel wat sneller te kampen met lijnbreuk en heb je bij nylon een zekere rek in de lijn.

Dit zijn twee eigenschappen waar dyneema een antwoord heeft op gevonden. Ondanks een normale dikte kan je enorm veel meer kracht uitoefenen en heb je amper te kampen met rek. Twee zeer belangrijke troeven, want je gaat er en minder kunstaas mee verspelen en meer vis mee vangen. Doordat er minder rek in de lijn zit kan je makkelijker de haak zetten. Een nadeel van dyneema voor een jeugdige visser is misschien de prijs, maar deze haal je er onmiddellijk uit door het minder verspelen van kunstaas.

In dyneema mag je in trekkracht toch gaan tot een 7à 8 kilo.

Kies je vooralsnog voor dyneema kies dan alsnog voor een diameter van ongeveer 25/100.


Onderlijn

Snoek, nooit maar dan ook nooit zonder onderlijn. Een snoek heeft om en bij de 700 vlijmscherpe tanden. Deze tanden zijn scherper dan een scheermes en maken zo brandhout van je lijn, zelfs dynema.

Je kan kant en klaar gemaakte onderlijnen kopen in de winkel. De lengte durven wel eens te variëren, maar met 20à 30 cm is het ruim voldoende. Snoek je zonder stalen onderlijn dan riskeer je lijnbreuk te lijden en dan loop jij te balen en die snoek nog meer want dan heeft dan ongewild een plugpiercing met een paar meters draad waar hij niet zomaar van verlost raakt.

Vang ze!


<- terug naar Lectuur