Poldervissen in de stad

door Johnny Schots

Althans deze benaming geef ik aan het vissen in stadswatertjes. Voor sommigen een bron van ergernis, af en toe vasthaken aan gedumpte fietsen, winkelkarretjes en dies meer, om maar te zwijgen over die massa's hondenpoep langs de boorden.

En toch, ik hou van die stadsgrachten, singels en vijvertjes. Zij kunnen een bron van aangename verrassingen zijn, soms door de grote aantallen snoek op bepaalde plaatsen, dan weer door de grootte van sommige exemplaren.

Dikke tachtigers, negentigers en soms metersnoeken op plaatsen waar men echt geen vis verwacht. Menig maal ben ik langs watertjes gelopen waarvan ik dacht, hier zit geen vis, om vervolgens op mijn stappen terug te keren en toch enkele worpen te doen. Niet zelden leverden net die plaatsen het moment dat vissen zo zalig maakt, de verrassing en soms de vangst van de dag.

 

 

 

 

 

 

 

Het vissen in deze waters heeft zo zijn voordelen en ik zet ze even op een rij:

  • je wou gaan poldervissen maar bij aankomst zijn de meeste waters dicht gevroren, veel kans dat dit in de stad niet het geval is omdat het daar warmer is en minder open.
  • in de stad heb je minder last van de felle wind en zul je altijd een plekje vinden waar het nog best werpen is.
  • deze waters worden minder of zelden bezocht, tenzij door de jeugd en de vis kent hierdoor minder dressuur. 
  • je kunt er sneller en veiliger je wagen parkeren.

 

 

 

 

 

 

 

Hoe ga ik nu te werk in deze watertjes, wel net zoals in de polders en met net dezelfde soorten kunstaas. Ik heb wel een voorkeur voor jerk-baits, omdat dit kunstaas vrij duur is waardoor deze aassoorten door de jeugd minder of niet gebruikt worden en de snoek ze dus ook minder voor de neus krijgt. Deze jerk-baits heb ik liefst 10 tot 15cm groot en ze moeten zowel met langzame halen kunnen worden binnengevist alsook door vinnige tikken ter plaatse kunnen dansen.

Mijn lievelingskleuren zijn zwart, zwart met rode kop en baars voor de heldere watertjes en fire tiger voor de troebele en gekleurde waters. Net als bij het vissen in de polders ga ik op zoek naar interessant uitziende stekken, bruggetjes, kruisingen van twee watertjes, overhangende wilgen enz., die ik dan langzaam uitkam.

Wat geldt voor andere waters, geldt ook voor stadswaters, om goed te vangen moet ge het water goed leren kennen. Vele vissers trekken ieder weekend naar een andere plaats, ze zullen daardoor vele waters leren kennen maar nooit de betere stekken van een water. Heb je dus een water gevonden waar je redelijk wat vis hebt gevangen, ga dan meerdere malen terug en het zal langzaam zijn geheimen prijs geven.

Vang ze!
Johnny


<- terug naar Lectuur