Wat is goed snoekwater?

door Joris Willems

Zeker tot 2006 kunnen we in Vlaanderen nog genieten van een volledig meeneemverbod voor snoek. Bedoeling is een herstel van de natuurlijke stand zodat snoekvissen bij ons terug de moeite loont. Intussen stelt zich wel de vraag hoe een redelijk tot goed snoek- en ander roofvisbestand zich laat meten in vangstresultaten. Vangstregistratie van de Snoekstudiegroep Nederland-België (SNB) - regio Kempen van de laatste 3 jaar leverde een schat aan informatie over de gemiddelde vangstverwachting voor een roofvisvisser, in zowel Vlaanderen als Nederland. Een boeiende vergelijking, want vele Vlamingen zullen de kwaliteit van de eigen viswateren steeds meten naar de vangstresultaten over de grens.

Belgie-Holland, anders bekeken.

Iedereen die in Nederland met een bootje het water op gaat (of zelfs diegene die vanaf de oever vist) krijgt vroeg of laat te maken met kunstaas dat verstrikt raakt in fuiken, netten , staand want of ander beroeps- of stropers vistuig. Sportvissers aanzien met lede ogen dat hun water leeggevist en leeg gestroopt wordt en dat het aantal netten nog steeds toeneemt. Politiek Den Haag houdt echter de beroepsvisserij de hand boven het hoofd en voorlopig is er zeker nog geen verbetering in zicht.

1. Inleiding
2. Viswateren en -technieken in Nederland
3. Bespreking van de vangstresultaten
4. Nederlandse vangstverwachting als Referentie voor Vlaanderen?

1. Inleiding

De toestand in Vlaanderen

Snoek vangen op Vlaamse openbare wateren vereist engelengeduld. Een visje landen kost nog steeds soms dagen of zelfs weken vistijd, uitzonderingen daargelaten. De precieze oorzaken van onze lage snoekstand zijn zeer divers, maar het ongebreideld meenemen en onaangepast biotoopbeheer zijn zeker belangrijke factoren. Met een meeneemverbod voor snoek tenminste tot 2006 zijn we als roofvisvissers natuurlijk erg blij. Het was ook hard nodig, getuige de soms bedroevende vangstresultaten.

Enkele cijfers. De afgelopen 5 jaar organiseerde de SNB regio Kempen diverse visdagen in Vlaanderen, op zeer diverse plekken: een oude rivierarm, een kanaal, en afgesloten vijvers. De keuze van de viswateren berustte niet zomaar op goed geluk, maar op aangeven van clubleden die er ooit redelijk tot goede vangsten had geboekt. Alle wateren hadden ook plantengroei en natuurlijke oevers, zodat ook het biotoop in orde leek. Al bij al het type water dat we ook in Nederland terugvinden en daar volgens onze ervaring behoorlijk vis oplevert. Alle technieken werden gebruikt: van diverse soorten kunstaas, levend aas tot gesleept dood aas. Resultaten? Het kon bijna niet slechter: 5 visdagen dagen met gemiddeld 7 personen (dus omgerekend 35 man-visdagen) leverde slechts 1 snoek en 2 baarzen op. De laatste 2 visdagen in oktober 2004 (dus bijna 2 jaar na begin van het meeneemverbod) spanden zelfs de kroon met volledige "blanks". Verbetering in zicht? Volgens ons nog duidelijk niet!


Vergelijkingen met andere landen en gebieden

Of de snoekstand door o.a. het meeneemverbod zal verbeteren zal nog worden onderzocht door de Vlaamse Administratie met specifieke technieken. Als visser zijn we vooral geïnteresseerd in hoe een goede snoekstand zich vertaalt in vangstresultaten. Met andere woorden: wat is een "normale" visdag en hoeveel snoek en andere roofvis levert een dagje vissen nu eigenlijk op. Een zeer praktische meeteenheid, naast de zuiver biologische eenheid van aantal vis per hectare.

De lat mag zeker niet te hoog. We moeten onze regio niet vergelijken met ongerepte gebieden (b.v. Canada) waar vangsten van 50 snoeken en meer per man per dag vrij normaal zijn. Anderzijds is het ook oppassen voor wilde verhalen en visserslatijn. Extreme vangsten worden vaak onterecht vertaald naar gemiddelden. Ook kennis van het viswater is belangrijk. De volgende anekdote is sprekend. Enkele jaren geleden bevisten we met 5 ervaren snoekers een Zweeds meer. Dat leverde op een week tijd in totaal slechts 12 (twaalf!) snoeken, een gemiddelde van nauwelijks 0.3 vissen per persoon per dag. We zijn in de stek blijven geloven en met de opgedane kennis en een betere voorbereiding gingen we vorig jaar terug. Resultaat: 175 snoeken en een gemiddelde van 5 snoeken per man per dag. Voor ons een prachtweek, maar naar Zweedse normen niet abnormaal. Dit gemiddelde vertalen naar een streefcijfer voor Vlaanderen is natuurlijk niet realistisch.

Voor Vlaanderen moeten we zoeken naar een geschikte vergelijking qua hengeldruk, vissoorten, klimaat, enz. En dan komen we bijna automatisch bij onze noorderburen. Laat dat nu het gebied zijn dat we maandelijks met 10-15 personen bevissen. De resultaten van deze visdagen geven mogelijk een idee over gewenste vangstverwachting aan roofvis in Vlaamse openbare wateren. Bovendien is het vergelijken van Nederland en Vlaanderen zeer toepasselijk omdat dit door duidenden sportvissers bijna steeds wordt gedaan.


2. Viswateren en -technieken in Nederland

Grofweg kunnen we het viswater voor snoek in Nederland in twee groepen splitsen:
1. "Groot" water: hieronder verstaan we de grote rivieren (Maas, Rijn, Lek, ...), oude rivierarmen en grote zandplassen die enkel vanuit de boot goed zijn te bevissen.
2. Polderwater en veenplassen: meer kleinschalig water, vrij ondiep (max. 2-3 m), goed bevisbaar vanaf de kant.

De SNB visdagen hebben vooral als doel nieuwe leden in te leiden, ze weidelijk snoekvissen bij te brengen en specifieke technieken aan te leren, dit alles onder begeleiding van de meer ervaren leden. Als club zoeken we dus vooral de stekken met goede bereikbaarheid, bevisbaarheid, veiligheid, accommodatie (bootverhuur, ruimte voor de après-vis), beschikbaarheid vergunningen, enz). Het zijn dus "standaard"-viswateren met redelijk wat hengeldruk, en dus zeker niet de grootste visvangsten leveren. Een goede vangstverwachting is natuurlijk meegenomen, maar komt niet op de eerste plaats. De écht goede stekken qua vangstverwachting voldoen meestal niet aan de eerder genoemde criteria: meestal zijn er geen boten te huur, moeten speciale vis- en vaarvergunningen worden gekocht, vereisen ze veel kennis van de bodemstructuur, of is het risico voor beginners te groot (te uitgestrekt, te winderig, te veel scheepvaart, ...). Kortom: we zijn een gemengd publiek van beginners en gevorderden en de viswateren herbergen volgens ons een normale en gemiddelde roofvisstand.

Foto 1: Grote snoek, het begint bij een doorgedreven terugzetbeleid, waar men pas na jaren de vruchten van plukt. Op de foto een Nederlandse snoek, gevangen op één van onze clubvisdagen

Qua technieken passen we zowat alles toe, behalve levend aas. Dit laatste is in Nederland verboden. Sommige vissers gebruiken dood aas, maar het overgrote deel vist met allerlei kunstaas (spinners, lepels, pluggen en shads) zowel trollend (enkel bootvisserij) als werpend (boot- en kantvisserij). Enkele dagen is specifiek gevist op snoekbaars. Het betreft de dagen in juni en een visdag op een zandplas. Hierbij is meer verticalend gevist met shads en twisters.

Onderstaande grafieken geven het totaal aantal gevangen roofvissen over 17 visdagen weer.

Vangsten SNB 2002-2005 - alle roofvissen




Vangsten SNB 2002-2005 - enkel snoek




Opmerkelijk: Geen enkele blanco visdag, in tegenstelling tot 3 van de 5 blanks in Vlaanderen. Naast snoek is er steeds flink wat snoekbaars en baars gevangen. Dagen van meer dan 5 vissen per persoon per dag zijn uitschieters. Ook snoek is er steeds gevangen, zoals blijkt uit onderstaande grafiek. De 4 dagen kantvissen leverde telkens en overduidelijk de meeste snoeken op. Visdagen van meer dan 1 snoek per man per dag zijn bij het bootvissen eerder uitzondering dan regel.


3. Bespreking van de vangstresultaten

Algemeen

Beginnen we met enkele steekproefgegevens:

  • Registratieperiode: van juni 2002 tot en met januari 2005
  • Totaal aantal visdagen: 19 van gemiddeld 7 visuren
  • Gemiddeld aantal vissers per visdag 11.7
  • Totaal aantal man-visdagen (aantal vissers X aantal visdagen): 223
  • Totaal aantal man-visuren (aantal vissers X visuren): 1561

Het gaat dus om een vrij uitgebreide steekproef (omgerekend 204 visdagen) over verschillende jaren en seizoenen zodat de resultaten vrij betrouwbaar mogen worden geacht.

Bekijk hier de vangsresultaten.

Gemiddeld levert een dag vissen op roofvis dus meer dan 3 vissen op, waarvan ongeveer 1.4 snoeken, 0.6 snoekbaarzen en iets meer dan 1 baars. Gemiddeld kost het 2.21 uren vistijd (2 uur en 13 min.) voor het vangen van één roofvis en minder dan 5 uur voor het landen van een snoek. Dus ver boven onze gemiddelde Vlaamse ervaring. Door de SNB wordt slechts zelden specifiek op snoekbaars gevist, en dit vertaalt zich in de vangsten. Ervaren snoekbaarsvissers halen zeker betere resultaten.


Bootvissen (groot water)

In Nederland zien we relatief veel bootvissers. Nederland heeft veel zogenaamd groot water en hier is het gebruik van een boot quasi noodzakelijk. Ook de ruime aanwezigheid van jachthavens en trailerhellingen maakt de toegankelijkheid voor de bootvisser een stuk makkelijker.

Bekijk hier de gemiddelde vangstresultaten.

Vissen vanuit de boot op rivieren en grotere plassen levert per dag gemiddeld 0.85 snoeken per persoon, bijna evenveel snoekbaars en ongeveer 1 baars. Een roofblei of winde zijn leuke, maar (nog) uitzonderlijke bijvangsten. Gemiddeld kost het wel meer dan 8 uren vissen voor het landen van één snoek. Een gemiddelde van bijna 3 en meestal wat grotere roofvissen per dag, zorgt in een tweepersoons visboot toch voor bijna 6 keer actie. Voor ons voldoende hengelplezier dat de moeite loont, zelfs voor een soms verre trip.


Kantvissen (polderwater, en kleinere waterlopen)

Vlaanderen is voor het grootste deel gericht op het kantvissen. Dit heeft vooral te maken met het type viswater dat voorhanden is en allerhande hindernissen bij het bootvissen (extra visvergunning, vaarvignet, beperkt aantal trailerhellingen, ...). In feite moeten we dan ook vooral vergelijken met het kantvissen op polderwater en kleinere plassen.

Dit maakt het verschil nog groter, want kantvissen in Nederland leverde duidelijk meer vissen per visdag op. Zie hiervoor deze tabel.

Het typische kantvissen, hetgeen we ook tijdens onze 5 visdagen in Vlaanderen hebben beoefend, levert qua aantallen duidelijk betere resultaten dan het bootvissen.

We zien een gemiddelde van meer dan 3 snoeken per man per visdag. Gemiddeld kost het 2 uur en 17 minuten (= 2.29 uren) voor het vangen van een snoek en ongeveer anderhalf uur voor het vangen van een roofvis in het algemeen.

De vissen zijn gemiddeld wel kleiner dan bij het bootvissen. Snoekbaars en andere roofvissen zijn zeer uitzonderlijk in de door ons beviste polders.

Foto 2: Typisch polder-snoekwater in Nederland: zelfs in de voortuin wordt actief op snoek gevist, en met resultaat.



4. Nederlandse vangstverwachting als Referentie voor Vlaanderen?

We onthouden als gemiddelde vangstverwachting: meer dan 3 snoeken per visdag per persoon voor het kantvissen, en 0.85 snoek per dag per persoon voor het bootvissen. Dit zijn in feite minimale verwachtingen. Doordat we als SNB de meer toegankelijke en dus drukker beviste wateren opzoeken, en dit steeds met een grotere groep van ook minder ervaren personen, zijn onze vangsten zeker lager dan een dagje alleen op een maagdelijke stek. Dit maakt ons gemiddelde natuurlijk wel representatief en realistisch voor een breder publiek.

En nu de slotvraag: kunnen we onze gemiddelde vangstresultaten in Nederland laten gelden als referentie voor de gewenste snoekstand in Vlaanderen?

Uit standpunt van de sportvisser is het antwoord volmondig: JA! We zullen dit zelfs moeten gebruiken, indien we willen streven naar een algemene tevredenheid van onze viswateren. Bijna iedere Vlaamse sportvisser kent de mogelijkheden en verwachtingen in Nederland. En in elk vissershoofd zal de vergelijking steeds worden gemaakt.

We moeten natuurlijk realistisch blijven. Qua viswater zijn onze landen zeer verschillend. Nederland heeft veel meer aanbod, een lagere hengeldruk per wateroppervlakte, een langere traditie in duurzaam visstandbeheer en voor de gemiddelde visser is terugzetten van snoek zo normaal als de zon opgaat. Op korte termijn lijken gemiddelde Nederlandse vangstverwachtingen in Vlaanderen erg moeilijk. Op middellange termijn is dit nochtans het streven waard, zeker indien we tot een algehele tevredenheid van onze vistand willen komen.

Conclusie: uit oogpunt van de Vlaamse sportvisser kan de gemiddelde Nederlandse vangstverwachting als een zeer geschikt en praktisch ijkpunt of referentie worden gebruikt voor de beoordeling van de kwaliteit van de roofvisstand. Gemiddeld 3 snoeken per visdag voor het kantvissen is een referentie en zou ook een streefdoel kunnen zijn voor een goed Vlaams snoekwater.


<- terug naar Lectuur